De wekker gaat. 6:00 deelt de kleurige display mee. Ik draai mij nog eens om. Onder mijn donsdeken is het lekker warm, maar de koude die mij buiten staat op te wachten slaat mij nu al in het gezicht. Het alarm gaat weer. 6:10 waarschuwt hij mij. De warmte van mijn stoffen kooi houdt mij nog even gevangen. 6:15, 6:20 …
Een hels lawaai vult de kamer. Ik schrik helemaal wakker en draai mijn blik richting de klok. 6:50. Nog 19 minuten, shit. De warmte kan me niet langer gevangen houden. Knal. Daar gaat de wekker. Krak. Een rondslingerende geodriehoek is deze keer het slachtoffer. De radio gaat aan. De vrolijke tunes van De Ochtend vullen de kamer. Mijn kleren heb ik ondertussen al aan. Met een kleine haast stroomt de koffie in mijn tas. Nog anderhalf klontje suiker en het is compleet. Krantenkoppen worden in vlugste overlopen. Uit de badkamer stroomt een verwelkomende wolk van warmte. Lenzen in, haar goed leggen en klaar. 7:05. Juist op tijd. De fiets staat ongeduldig te wachten.
Goedendag, zo voelt de ochtendkoelte aan. 7:06. Ik zal het wel halen. Niemand op straat en als er al iemand is, geen goedemorgen of hallo. Tijd ontbreekt. 7:09. Juist op tijd. De trein staat ongeduldig te wachten.
Eindelijk rust. Vijfenveertig minuten om precies te zijn, dat is geen vertragingen meegerekend. Vijfenveertig minuten die soms vijfenveertig uur lijken anders vijfenveertig seconden. Alles is zo relatief. 7:30, de tijd vliegt deze keer, ze wil vooruit. Nog een klein beetje. 7:45. Juist op tijd. Niets staat ongeduldig te wachten.
7:46, tijd zat. Een trage pas bepaalt het ritme van mijn benen. Als een oude 80386 begeeft mijn lichaam zich in de richting van het BME. Ik ben omringd door een laag van warmte, comfort en veiligheid. De koude probeert binnen te dringen maar de schilden werken om maximale kracht.
7:50, tijd zat. Rondom mij gaat de wereld haastig, ze vergeten de gezichten die men tegenkomt. Alles is alsof men in 's nachts door het raam van een sneltrein naar buiten kijkt. Een laag van wazige felle kleuren op een donker doek. Soms breekt een blik door de laag, maar die is al weer vlug vergeten.
7:55, tijd zat. Moet echt eens van de fles gaan. Eindelijk aangekomen op het BME. 7:56. Meer dan op tijd. Niets staat ongeduldig te wachten.
De gangen zijn warm, uitnodigend en verlaten. De vloeren zijn vuil, droog en kil. Eenzaam komt de deur op mij af. Als je goed luistert hoor je een strobaal recht uit een oude Western ergens door de gangen dolen. Kil en warm, de Metro brengt soelaas. 8:00. Meer dan op tijd. Ik sta ongeduldig te wachten.
Een plotse stroom van gezichten, voeten, rompen en handen vult de gangen. Alsof ze wordt voortgedreven door wrede mannen met zwepen op het onhoorbare ritme van een drum. Daar is meer warmte, warmte die de kilte verdrijft, de Metro deed zijn werk, het is nu aan hen. 8:15. Juist op tijd. De deur staat ongeduldig te wachten.
En daar komen ze, een klein leger van opgewekte soldaten, klaar om een het onvoorstelbare te doen. Mij te voeden met kennis. Koude kennis. Een onoverkomelijk feit. 8:20. Veel te vroeg.
Met vriendelijke groeten, Stijn.