Mark is een doodgewone man met een doodgewone naam. Iedereen kent wel een Mark. Nonkel Mark, Mark de buurman, Mark de slager of Mark de schoonbroer. Maar deze Mark maakte onlangs is heel ongewoons mee.
Het was op een heel normale dag. Zo tussen lunch en brunch en net na de koffie-pauze. Mark vond een pakje op zijn bureau. Dat gebeurde wel vaker, maar dit was een speciaal pakje. Het had ten eerste al niet de standaard medium grootte die de an-dere pakjes van Mark wel hadden. Ook opmerkelijk was het postorderbedrijf dat het pakje leverde. In tegenstelling tot alle andere pakjes die een weg vonden naar Mark zijn bureau, kwam dit niet gewoon met de Post. Tot slot had Mark geen pakje be-steld. Je zou zelf voor minder eens opkijken.
Mark ging dus op onderzoek naar de oorsprong van dit pakje. De houten lat die Mark in de derde lade van boven bewaarde, kwam nu wel van pas. Stap één. Tien centimeter hoog, twintig breed en tien diep mat Mark. Stap twee. Mark keek ver-baasd op. Geen afzender. Stap drie.
De receptioniste was druk bezig met het typen van een businessplan toen de tele-foon rinkelde. Heb ik steeds weer, zei een stemmetje diep in haar.
“Receptie, u spreekt met Vanessa.”
“Hallo, mevrouw. Mijn naam is Mark. Ik heb hier zojuist een niet gestandaardi-seerd pakje ontvangen op mijn bureau. Hebt u enige informatie die mij zou kunnen helpen zijn oorsprong te vinden?”
“Even geduld, ik zal het logboek er eens op nakijken.”
Tijdens het wachten op een antwoord van Vanessa, bestudeerde Mark het pakje verder. Vooral de fluor gele kleur van de verpakking was ongebruikelijk. Nog nooit zag Mark dergelijke verschrikking. Ermee schudden durfde Mark niet. Het raken was Mark zelfs te veel.
“Meneer? Bent u daar nog?”
“Jazeker.”
“Er is niets terug te vinden van een buitengewoon pakje in het logboek.”
Vanessa hoorde een telefoon inhaken aan de andere kant van de lijn. Graag ge-daan Mark, zuchtte het stemmetje diep in haar met enige ironie.
Nu zat Mark in een lastig parket. Geen aanwijzingen en alle sporen liepen dood. Mark zag nog maar één oplossing. Met een zelfzekere tred zette Mark zijn onderzoek in gang. Getuige één. Mark zag Frida al zitten. Twee bureau’s ten noorden van Mark verwijderd en de enige die tijdens de koffiepauze steeds bleef doorwerken.
“Sorry, Mark. Ik heb niemand gezien. Ik was druk bezig met de budgetplannen.”
Getuige twee. Mark ging op zijn tippen staan. Luc stak met zijn twee meter er kop en schouder bovenuit. Als een giraf die over de steppe loert, kon Luc over heel het kantoor kijken.
“Een pakje? Het spijt me Mark, maar ik heb niets gezien.”
Tot slot getuige drie. Als Cathy van niets wist, kon niemand Mark meer helpen.
“Wat zit erin? Komaan Mark!”
Daar ging alle hoop van Mark. De oorsprong van dat vreemde pakje wou niet ont-huld worden. Mark moest het hier bij laten.
Marks vrouw, Els, opende enthousiast de deur nadat het piepgaatje een witte be-stelwagen voorspelde. Een handtekening op de juiste plaats en het pakje vol plezier kon worden verslonden. Els’ droom stortte echter ineen toen ze de inhoud van het pakje zag. Tijdens het openen van de deur, had Els gehoopt enkele momenten later een epifaan toppunt van de middag te bereiken. Nu de inhoud van het pakje voor haar neus lag, was Els teleurgesteld. Een hele hoop papieren.
Ondertussen in het postorderbedrijf…
“Zeg Jos, die twee adressen staan hier verkeerd!”
Met vriendelijke groeten, Stijn.